De Tjonger Skotsploech tijdens een optreden (Foto Dick Verton)
Ans Bouma al 33 jaar actief bij Tjonger Skotsploech:
,,Skotsploech heeft mijn leven verrijkt’’
Door Els Siebers
HEERENVEEN - Bij een optreden van de Tjonger Skotsploech lijkt de tijd even stil te staan. De leden van de dansgroep gaan gekleed in oud Fries kostuum dat geheel identiek is aan wat omstreeks 1850 tot 1860 door de rijke boerenstand in Friesland werd gedragen. Zij dansen, begeleid door muzikanten op de accordeon, een groot aantal oude Friese dansen, zoals polka’s mazurka’s en Spaanse walsen en de bekende Skotse Trije.
De dansen worden afgewisseld door een modeshow van authentieke kleding, of kleding gemaakt naar originele voorbeelden, van 1780 tot 1950.
De Tjonger Skotsploech is opgericht in 1974 in Oldeholtwolde en dankt haar naam aan de rivier de Tjonger. Tien jaar later verhuisde de skotsploech van de gemeente Weststellingerwerf naar de gemeente Heerenveen. Het leven van Ans Bouma (67), een van de oprichters van de skotsploech, staat voor een groot deel in het teken van de Tjonger dans- en showgroep. “Het idee voor een eigen skotsploech is ontstaan toen ik mensen in een Fries kostuum op straat zag dansen. Mijn eerste man en ik hadden een paardenfokkerij. Daardoor waren wij bekend met het ringrijden: een folkloristische traditie. De ringrijders, die echte liefhebbers zijn van de Friese cultuur en traditie, droegen tijdens dat evenement een oud Fries kostuum. Met een vriend inventariseerden we hoeveel mensen uit die groep met ons mee wilden doen. Het voordeel was dat zij al een kostuum hadden en alleen nog het dansen moesten leren. Voor de oprichting van de dansgroep waren minimaal 8 paren nodig. Er meldden zich 11 paren aan,” vertelt Bouma enthousiast. Op dit moment zijn er 9 dansparen en binnenkort komt er een nieuw paar bij. De leeftijd van de groep varieert van 50 tot 80 jaar. De showgroep telt 14 leden. Deze groep is een alternatief voor leden die niet (meer) kunnen dansen.
De Tjonger Skotsploech die is aangesloten bij de Federatie van Folkloristische Groepen in Nederland, verzorgt met een aantal muzikanten optredens in voornamelijk verzorgings- en verpleeghuizen in Friesland, maar ook buiten de provincie en zelfs in het buitenland. Bouma organiseert de kledingshows en is verantwoordelijk voor de PR van de Tjonger Skotsploech. Het afgelopen jaar waren er 20 optredens. De repetities vinden eens in de 14 dagen plaats in het dorpshuis De Kiekenhof in Nieuwehorne.
Ans Bouma in adelkostuum uit 1880 dat zij vervaardigt heeft
aan de hand van het origineel dat zich in museum Willem van Haren bevindt. (Foto Dick Verton)
Oorijzer
De welstand van de boerenbevolking rond 1850, die tot uiting komt in de unieke kleding, wordt door de Tjonger Skotsploech in ere gehouden. Bijzonder zijn de kostbare sieraden van de dames, zoals de zilveren beugeltas, chatalaine en gouden armbanden. Het meest opvallende deel is wel het breed gouden of zilveren oorijzer (een kap die het gehele hoofd bedekt). “Het oorijzer is in de ontwikkeling van de klederdracht een soort ‘statussymbool’ geworden,”aldus Bouma. De heren gaan wat minder opvallend gekleed in zwarte fluwelen kniebroek met blauwe kousen, een halflange jas en hoge hoed. Het geheel is versierd met zilveren knopen, - gespen, -signetten met horloge of een horloge aan een ketting. De showgroep toont de toeschouwers tussen de dansen door onder andere een bruidkostuum van 1830, een zwart kostuum van rond 1900, een stadskostuum en een weesmeisjesdracht. Bij de meeste kostuums dragen de vrouwen grote hoeden of mutsen.
Bouma maakt al 33 jaar kostuums voor de Tjonger Skotsploech. In haar huis heeft ze speciaal daarvoor een atelier ingericht. “Het uitgangspunt van de Tjonger Skotsploech is om de kostuums zo verantwoord mogelijk aan het publiek te laten zien. In overleg met de kledingcommissie, waar Bouma vanaf de oprichting tot vorig jaar lid van was, worden kostuums genaaid met stoffen uit die tijd, zoals wol, zijde of katoen.” Bouma heeft om goed beslagen ten ijs te komen, diverse cursussen over dit onderwerp gevolgd. Zij maakt met nog een paar vrouwen uit de skotsploech kostuums voor de showgroep en af en toe ook kostuums voor de dansgroep, bijvoorbeeld voor nieuwe leden. “Ik naai voornamelijk dameskostuums. Meestal met eigen patronen. Soms werk ik met oude patronen die ik van het Fries museum krijg.” Lachend vervolgt Bouma: “Ik ben ook altijd bezig met sneupen naar stoffen en sieraden.” Het opmaken van de floddermutsen en het borduren van de tipdoek en het schort, een hele vaardigheid op zich, wordt ook door Bouma en een paar andere vrouwelijke leden gedaan. Bouma gaf tot voor kort cursussen om die techniek onder de knie te krijgen. Alle dansers beschikken over eigen sieraden en de meesten hebben eigen kleding. Natuurlijk hoeft niet alles in één keer aangeschaft te worden. Nieuwe leden worden door de kledingcommissie met raad en daad geholpen. Voor elk optreden ontvangen we een kleine bedrag dat we in de kas van de kledingcommissie storten. We krijgen ook regelmatig schenkingen, bijvoorbeeld uit erfenissen.” Bouma merkt op dat nieuwe leden altijd welkom zijn. Als mensen zich hiervoor aanmelden, zijn zij eerst drie maanden op proef . De dansmeester beoordeelt dan of zij kunnen dansen en de leden kijken of ze in de skotsploech passen. “Het is tenslotte teamwork! De Tjonger Skotsploech heeft mijn leven enorm verrijkt. Ik hoop er nog lang mee door te kunnen gaan.”